074 Bijbelstudie over het
INWIJDINGSFEEST - CHANUKA
hkvnx
In een eerdere bijbelstudie hadden wij het over de
geboorte van Yeshua haMashiach, welke niet in
december, maar eind september heeft plaatsgevonden. In december vieren de Joden
- ook de messiasbelijdende Joden - wel een ánder feest waarvan de uiterlijke
vormen desalniettemin opmerkelijke overeenkomsten vertonen met het kerstfeest: hkvnx Chanuka. De kinderen krijgen cadeautjes, er worden
liedjes gezongen en kaarsjes aangestoken. Een kerstboom zal men echter in de
huiskamers niet aantreffen, maar wel een achtarmige kandelaar met kaarsen, die
in lengte en aantal dagelijks variëren. Op de laatste dag van het feest worden
ook tvyngpc Sufganiot, een soort oliebollen
gevuld met jam, gegeten. Het lijkt dus wel sinterklaas, kerstmis en
oudejaarsavond tegelijk!
Data
en benamingen
Het Chanukafeest wordt gevierd in de maand vlck Kislev
(november / december), de negende maand van de Joodse religieuze kalender.
Gerekend vanaf 25 Kislev duurt het feest acht dagen.
Omdat Kislev nu eens 29, en dan weer 30 dagen
telt, loopt Chanuka door tot de 2e of 3e tbu Tevet
(december / januari). Men steekt dan
de eerste kaars aan. hkvnx Chanuka betekent
"inwijding", letterlijk is dit dus het "inwijdingsfeest",
het feest van de herinwijding van de Tempel en daarom
wordt het ook wel “feest van de tempelvernieuwing” genoemd. Maar de naam hkvnx Chanuka
heeft ook nog een andere betekenis. We kunnen hem namelijk ook verdelen in twee
stukjes. Het eerste stukje Chanu vnx kunnen we vertalen met “En zij rusten...” en van
het tweede stukje hk Ka vertegenwoordigen de Hebreeuwse letters een
getalswaarde van 25, want de letter k Kaf
heeft de waarde 20 en de letter He h
heeft de waarde 5. Met andere woorden: “Zij rusten op de 25ste”. En dit is dus
zoals boven genoemd, het begindatum van het Chanukafeest, namelijk de 25ste van de maand vlck Kislev. Andere benamingen voor dit feest zijn: lichtfeest
of feest van het licht, of ook gewoon winterfeest.
Historische
achtergrond
De
ontstaansgeschiedenis van het Chanukafeest
vinden wij in de geschriften van de Joodse geschiedschrijver Josephus Flavius, maar ook in I en II Maccabeeën,
welke deel uitmaken van de zogeheten apocriefe boeken: Het acht dagen durende
Inwijdingsfeest herinnert aan de bevrijding van het Joodse Land van de
Hellenistische overheersing en de herinwijding van de door de afgodsdienaren
ontwijde Tempel. Sinds de Babylonische ballingschap in het jaar 586 vóór de gewone
jaartelling was het Joodse volk nooit meer geheel zelfstandig. Na het Babylonische
rijk kwam de heerschappij van het Medo-Persische rijk en daarna die van het
Griekse rijk. Na de dood van Alexander de
Grote in het jaar 323 werd zijn rijk opgesplitst onder zijn vier generaals. Het
land Israël stond daarna onder wisselend bestuur. Door de Griekse overheersing
werd ook het hellenistische denken en de Griekse afgoderij in Israël ingevoerd
en aan het Joodse volk opgelegd. De Joden kwamen daartegen in opstand en onder
het bewind van koning Antiochus Epiphanes IV
spitste de strijd zich toe! Hij verbood nadrukkelijk het Tora-onderwijs, de tvr>k Kashrut [spijswetten], tb> Shabat [sabbat], en ook hlym=tyrb B’rit-Mila [de
besnijdenis]. Maar toen hij op 25 Kislev van
het jaar 167 vóór de gewone jaartelling in de tempel te Jeruzalem een heidens
altaar oprichtte en een beeld van de Griekse afgod Zeus,
brak in Israël de bekende Maccabeeën-opstand uit. Nu ging het niet meer slechts
om de strijd tussen het Joodse en hellenistische denken, maar om een
vrijheidsoorlog met als inzet de overleving van het Jodendom als G’ds volk! De
opstandelingen stonden onder aanvoering van de oude priester vhyttm Matityahu [Mattathias] uit het geslacht der Chash’monim [Hasmoneeën] en later nam diens bekende zoon
Yehuda haMakabi [Judas de Maccabeeër] de
leiding over. De duizenden opstandelingen werden daarom ook de Maccabeeën
genoemd. De naam ybkm Makabi betekent
in het Hebreeuws “hamer” en geeft daarmee de kracht van het Joodse verzet aan.
Maar tevens vormen de Hebreeuwse letters van deze naam ook een afkorting voor
de bekende zin uit het tyrx> Shacharit [ochtendgebed] ?yy ,lab hkmk ym Mi chamocha baElim, Adonai? – “Wie is aan U gelijk
onder de goden, Eeuwige?" (tvm> Shemot [Exodus] 15:11). Vanuit de
bergen voerden de Joden een verbeten partizanenoorlog tegen zowel de Grieken
met hun occulte en heidense gebruiken, alsook tegen de Hellenistische Joden,
die de taal en cultuur van de vijand hadden overgenomen en door hun
volksgenoten als verraders en overlopers werden beschouwd! De Maccabeeën-opstand
was derhalve niet alleen een vrijheidsstrijd tegen vreemde overheersers, maar
tevens ook een burgeroorlog! Vanuit deze achtergrond kunnen wij ook de houding
van hedendaagse Joden ten opzichte van christenen enigszins beter begrijpen. De
onderdrukking van juist die elementen van de Joodse traditie die een duidelijk
verschil met anderen markeerden, waren zoals bekend een doorn in het oog van de
Hellenisten en werden daarom verboden: de Tora,
de Shabat, de besnijdenis en de spijswetten.
Deze Hellenistische denkwijze komen wij ook bij de christenen tegen: De
afwijzing van de Wet (zonder dieper in te gaan op de vraag wat de schrijvers
van het Nieuwe Testament precies bedoeld hebben met het “vrij zijn van de
Wet”), het vervangen van de Shabat door de
heidense zondag en het verbieden van de besnijdenis en het houden van de
spijswetten voor messias-belijdende Joden. Als een Jood namelijk tot bekering
kwam, moest hij eeuwenlang zijn Joodse identiteit afleggen. Hij werd dus echt
een “christen”. Een andere overeenkomst tussen Hellenisten en christenen is het
handhaven van Griekse namen voor Bijbelse, dus Joodse personen, terwijl men
zelf geen Griek is, en het nadrukkelijk weigeren om de Hebreeuwse namen te
gebruiken. Het bekendste voorbeeld hiervoor is uiteraard de naam van de Heer
zelf. Terwijl nu in toenemende mate dwars door de kerken heen de
oorspronkelijke naam iv>y Yeshua door messiasbelijdende
Joden bekend wordt gemaakt, blijven christenen de Griekse variant daarvan,
Jezus, krampachtig vasthouden! En dan vindt men het vreemd, dat Joden vaak een
afwijzende houding tegenover evangelisatiepogingen van christenen innemen. Als
men echter de moeite zou nemen om zich meer in de Joodse cultuur en
geschiedenis te verdiepen, die toch grotendeels in onze eigen Bijbels terug te
vinden is, dan zou men zich ervan bewust worden hoe tactloos het is om het Evangelie
aan Joodse mensen te verkondigen onder gebruikmaking van al die Griekse namen.
Het Chanukafeest brengt deze Joodse
gevoelens duidelijk tot uiting en werd het symbool van het “neen” van het Joodse
volk tegen ieder streven om hun cultuur en de daaraan ten grondslag liggende
Bijbelse opdrachten, die ze van de Eeuwige zelf hebben ontvangen, te doen
opgaan in een “eenheidscultuur”, die gemengd is met heidense elementen. Dáár
vochten de Joodse vrijheidsstrijders voor. Na drie jaar werden de Hellenisten
verslagen en met G'ds lof op de lippen en het zwaard in de hand werd het
tempelplein in Jeruzalem heroverd en de hoofdstad van Israël bevrijd! Het is
onvoorstelbaar: een klein volkje vocht tegen het machtigste leger van de
toenmalige wereld en kwam als overwinnaar uit de strijd! Op 25 Kislev van het jaar 164 vóór de gewone jaartelling
werd het altaar gereinigd en de tempel opnieuw ingewijd, vernieuwd en daarom
heet het Chanukafeest dan ook het inwijdingsfeest
of het feest van de tempelvernieuwing.
Het
feest van het Licht
Maar
hoe komt Chanuka aan de andere namen:
lichtfeest of feest van het licht? Welnu, daarvoor moeten we de Talmud raadplegen, met name het Talmudtraktaat Shabat
21B. Daarin wordt aan ons verteld dat men op het moment, dat men de hrvnm Menora
in de tempel wilde ontsteken, slechts één kruikje met geheiligde olie vond,
waarop het zegel van de laatste hogepriester stond. Maar dat was net genoeg
voor één dag. De zevenarmige tempelkandelaar, de hrvnm Menora, behoorde echter acht dagen
lang te branden, even lang als de inwijdingsfeesten van de eerste en tweede
tempel hadden geduurd. Toen voltrok zich een wonder, want het kruikje bleef
schenken tot er na acht dagen nieuwe reine olie aangevoerd kon worden. Daarom
staan op de ldyyrd Drejdl, waarmee de Joodse kinderen tijdens Chanuka spelen, ook de Hebreeuwse letters n nun, g gimel, h he, en > shin, de afkorting van: ",>
hyh lvdg cn Nes
gadol haya sham - een groot wonder vond daar plaats". De ldyyrd Drejdl is een draaitol voor een spelletje, waarmee je noten
of rozijnen kunt winnen. "Drejdl" is een Jiddisch
woord, dat afgeleid is van het Duitse "drehen" [draaien]. De letters
op de Drejdl herinneren ons dus aan het
wonder van Chanuka. Zoals de Talmud ons verteld, brandde de weinige olie door een
G’ddelijk wonder toch acht volle dagen! Genoeg, om daarna weer over nieuwe olie
te beschikken. Dit wonder is voor het Joodse volk reden om dit ieder jaar te
herdenken en tijdens de acht dagen van het feest de lichtjes van de kandelaar
aan te steken, vanaf de eerste tot en met de achtste avond. Daarom heeft ieder
Joods huis, niet zoals in de Tempel een zevenarmige Menora,
maar een achtarmige kandelaar in bezit, die vanwege de naam van het feest Chanukia wordt genoemd. Het licht, dat de Menora in de Tempel verspreidde, vertegenwoordigde de
aanwezigheid van de Eeuwige, en daarom was het een G’ddelijk voorschrift, dat
de Menora ook altijd moest branden (tvm> Sh’mot [Exodus] 27:20). In dit verband schrijft Rabbi Yitz’chaq in de Talmud: “Hij die wijs wil worden zal
zuidwaarts gaan. Hij die rijk wil worden zal noordwaarts gaan” (Bava Batra 25b). U zult nu wellicht denken: wat heeft
deze uitspraak van Rabbi Yitz’chaq met de Menora te maken? Welnu, in tvm> Sh’mot
[Exodus] 40:22-26 lezen wij het volgende: “Hij
zette de tafel in de tent der samenkomst aan de noordzijde van de tabernakel, buiten het voorhangsel. Hij schikte
daarop het brood voor het aangezicht van de Eeuwige, zoals de Eeuwige Moshe [Mozes] geboden had.
Hij plaatste de Menora [kandelaar] in de tent der samenkomst tegenover de tafel,
aan de zuidzijde van de tabernakel.
Hij zette de lampen erop voor het aangezicht van de Eeuwige, zoals de Eeuwige Moshe geboden had”. Hier staat dus, dat de Menora zich aan de zuidzijde van de Tabernakel bevond, en de
tafel met de toonbroden aan de noordzijde. Als u dus naar het noorden gaat, dan
gaat u in de richting van de toonbroden, wat symbolisch wordt opgevat als
materiële rijkdom. Daarom zegt Rabbi Yitz’chaq: “Hij die rijk wil worden zal noordwaarts gaan”. Maar als
u zich richt op de Menora, die zich aan de zuidzijde bevond, dan keert u zich
af van de materiële rijkdom en stelt u zich open voor het G’ddelijke licht, wat
symbolisch wordt opgevat als wijsheid. Er staat in yl>m Mish’lei [Spreuken] 6:23
immers geschreven: “Want het gebod (Mitz’va) is een lamp (Menora) en de
onderwijzing (Tora) een licht”. Ook in de ,ylht Tehilim [psalmen] komen wij deze opvatting tegen: “Uw woord is
een lamp voor mijn voet en een licht op mijn pad” (Psalm 119:105). Het
licht van de Menora staat dus gelijk aan de wijsheid van G’ds Woord. Daarom zegt
Rabbi Yitz’chaq: “Hij die wijs wil worden zal zuidwaarts gaan”.
Instelling
van het Chanuka-feest
De opdracht om Chanuka
te vieren, vinden wij niet in ;”nt TeNaCH
(het Oude Testament) en ook niet in h>dxh
tyrb B'rit haChadasha (het Nieuwe Testament) maar in
andere Joodse geschriften, de zogeheten deuterokanonieke oftewel apocriefe
boeken. In 2 Maccabeeën 10:1-8 lezen wij aldus: "Alzo gaf G'd aan Makabi [Maccabeüs] en aan de zijnen de moed, dat zij
de tempel en de stad weder innamen; en zij vernielden de andere altaren en
tempels, welke de ,yvg Goyim [heidenen] hier en daar op de straten hadden opgericht. En nadat zij
de tempel gereinigd hadden, maakten zij een ander altaar en namen vuurstenen en
sloegen vuur, en offerden weder, hetwelk in twee jaren en zes maanden niet
geschied was, en offerden reukwerk en ontstaken de lampen en legden de
toonbroden op. Toen nu dat alles geschied was, vielen zij op hun aangezicht
neder voor de Eeuwige en baden, dat Hij hen toch niet meer in zulk een jammer
wilde laten komen; maar indien zij zich weer aan Hem mochten bezondigen, dat
Hij hen genadig straffen en niet in de handen der godslasteraars, der gruwzame
heidenen, geven wilde. En G'd schikte het zo, dat op dien dag de tempel
gereinigd werd, op welke de heidenen hem verontreinigd hadden, namelijk op de
vijfentwintigsde dag der maand Kislev. En zij
hielden met vreugde feest, gelijk een feest der Loofhutten, en gedachten daarbij,
dat zij een korte tijd tevoren het Loofhuttenfeest in de wildernissen en in de
holen, als de wilde dieren, gehouden hadden. En zij droegen loof en groene
twijgen en palmtakken en loofden G'd, die hun de overwinning gegeven had, om
Zijn tempel te reinigen. Zij lieten ook een gebod uitgaan door het gehele Jodendom,
dat men deze dag jaarlijks zou vieren." - De Tempel was gereinigd en het licht van de kandelaar kon weer onbeperkt
schijnen in deze door de Eeuwige gewijde ruimte. De G’ddelijke
heerschappij binnen de grenzen van Eretz Yisra’el
was weer hersteld. De Tora kon weer in vrijheid
en zonder enige belemmering worden bestudeerd. De Shabat
en de Bijbelse feestdagen konden weer in volle vrijheid gevierd worden zonder
dat de Hellenisten daar tegen optraden. En de Joodse jongetjes konden weer
worden besneden zoals haShem met Avraham heeft afgesproken. Om deze verlossing van de
geestelijke onreinheid die de Griekse cultuur onder de Joden verspreidde te
vieren, wordt tot de dag van vandaag tijdens de ochtenddienst in de synagoge op
de dagen van Chanuka het Hallelgebed gelajent,
dat bestaat uit de hoofdstukken 113 tot en met 118 van de ,ylht Tehilim
[Psalmen]. Sinds met Theodor Herzl en het zionisme het Jodendom tot nieuw leven
is opgewekt, is Chanuka overal weer heel sterk
op de voorgrond gekomen. In de Joodse literatuur heeft dit feest zich geen
geringe plaats veroverd. Onder Herzls mooie geschriften is “De Dienaar van het
Licht” nog altijd een juweeltje. Sinds tientallen jaren, zeker sinds de
wederoprichting van de staat Israël, wordt het Chanukafeest
veel algemener en hartelijker gevierd dan daarvoor, want zijn grote historische
inhoud werd in de tijd van nationaal herstel terdege begrepen en diep gevoeld.
De gevoelens bij de bevrijding van Jeruzalem na de zesdaagse oorlog zijn
vanzelfsprekend zonder meer vergelijkbaar met hetgeen we in het verhaal van de
bevrijding van Jeruzalem na de Maccabeeënopstand tegenkomen.
Viering van het Chanuka-feest
In
elk Joods huis staat een achtarmige Chanukakandelaar,
de hykvnx Chanukia, met acht lichtjes, voor
elke dag een. In een apart houdertje zit nog los een ander lichtje. Dat is de >m> Shamash [dienaar], waarmee de andere lichtjes kunnen worden
aangestoken: iedere avond een lichtje meer. Het aansteken kan door de vader van
het gezin gebeuren, maar ook door een van de zonen. Als er geen mannelijk lid
van het gezin aanwezig is, mag het ook door een vrouw of meisje gedaan worden.
De reden waarom de voorkeur uitgaat naar een man is omdat het aansteken van de Chanukia herinnert aan het ontsteken van de Menora in de tempel. Dit kan op verschillende
manieren. Soms gebruikt men bakjes met olie, maar meestal kaarsjes. Als het
lichtje brandt, worden Chanukaliedjes zoals rvj
zvim Ma’oz Tzur (rvdc Sidur pagina 338) gezongen, met
de Drejdl gespeeld of zelfs gedanst. Op hkvnx bri Erev
Chanuka (de vooravond van het feest) brandt het eerste kaarsje van de
acht, welke reeds in de Chanukia aanwezig zijn.
Omdat het Hebreeuws van rechts naar links gelezen wordt, worden de Chanukalichtjes ook van rechts naar links aangestoken, elke
avond eentje meer. De eerste kaars laat men geheel opbranden. Op de volgende
avond zet men op die plek een nieuwe kaars. Nu worden er twee kaarsen
aangestoken, waarbij men met de nieuwe, die links van de eerste staat, begint.
Zo worden de kaarsjes trapsgewijs steeds groter als symbool dat ook het wonder
toenam. Als na acht dagen alle lichten van de Chanukia
branden, spreekt men daarmee de hoop uit op de komende tijd van de Messiaanse
heerschappij, het duizendjarige Vrederijk, waarin het volle licht doorbreekt.
De week heeft immers 7 dagen en de 8 betekent het begin van een nieuwe week,
van een nieuw begin! De achtste avond van het Chanukafeest is "pakjesavond", want dan krijgen de kinderen
cadeautjes en het hele gezin kan genieten van de heerlijke Chanukagerechten zoals Latkes,
een soort "Rösti" van gerasperde aardappels en Sufganiot, een soort oliebollen gevuld met jam. Het
frituren in hete olie herinnert ons aan de geheiligde olie in de tempel. Het is
dus een herinnering aan het wonder dat toen plaatsvond. Chanuka is niet alleen een familiefeest, maar wordt ook in de
sjoel, de synagoge, gevierd. Daar gaat het ontsteken van de Chanukia echter gepaard met plechtigheden zoals
lofspreuken en een aangepaste liturgie.
Feest
van het Licht
Josephus Flavius noemde Chanuka reeds in de eerste eeuw van de gewone
jaartelling al het "feest van het licht", omdat dit aspect een
centrale plaats inneemt. Het is dus ook beslist geen toeval, dat dit lichtfeest
begint op 25 Kislev. Het 25e woord in de Tora is in het Hebreeuws namelijk het woord rva or, hetgeen ‘licht’ betekend. Ook Yeshua haMashiach speelde hierop in, toen Hij
gedurende het Chanukafeest aan het Joodse volk
openbaarde, wie Hij was: "Ik ben het Licht der wereld, wie Mij volgt,
zal nimmer in de duisternis wandelen, maar hij zal het licht des levens
hebben" (]nxvy Yochanan [Johannes] 8:12).
Nogmals legde Hij in hoofdstuk 9, vers 5 de nadruk op dit aspect van het Chanukafeest: "Zolang Ik in de wereld ben,
ben Ik het Licht der wereld." - Yeshua
identificeerde Zichzelf met het Chanukalicht,
omdat juist gedurende de acht dagen van dit feest herhaaldelijk aan Hem werd
gevraagd, wie Hij was: "Toen kwam het vernieuwingsfeest
te Jeruzalem; het was winter. En Yeshua
wandelde in de Tempel, in de zuilengang van Sh’lomo
[Salomo]. De Yehudim [Judeeërs] omringden Hem
en zeiden tot Hem: Hoelang houdt Gij onze ziel nog in spanning? Indien Gij de Mashiach zijt, zeg het ons dan ronduit" (]nxvy Yochanan [Johannes] 10:22-24).
Helaas suggereert de NBG-vertaling, dat
deze vraag en het daarop volgende antwoord geen betrekking zouden hebben op Chanuka door het woordje "kwam" te gebruiken.
Uit de grondtekst van Johannes 10:22 blijkt echter, dat het feest niet kwam, maar reeds in volle gang was. De
Luther-vertaling is in dit opzicht iets duidelijker: "En het was het feest der tempelwijding te
Jeruzalem, en het was winter...". Ook de Statenvertaling zegt
hetzelfde: “En het was het feest der
vernieuwing des tempels te Jeruzalem; en het was winter...” In de vertaling van "Het Boek" staat
eenvoudig: "In Jeruzalem werd
het jaarlijkse feest
van de tempel-vernieuwing gevierd".
Yeshua, het Licht der wereld, is niet gekomen
om gediend te worden, maar om te dienen. Hij is de Shamash >m>, de dienaar, het negende licht van de Chanukia,
waarmee de andere lichten ontstoken en geheiligd worden. Ondanks het feit, dat Yeshua Zijn ware identiteit openbaarde, werd Hij door
de leiders van het volk niet als zodanig herkend en erkend. Dit feit wordt
reeds aan het begin van de ]nxvy
yp9li h>vdqh hrv>b B'sora haQ’dosha al-pi Yochanan [Evangelie volgens
Johannes] duidelijk beschreven: "In het Woord was leven en het leven
was het licht der mensen, en het licht schijnt in de duisternis en de
duisternis heeft het niet gegrepen. Er trad een mens op, van G'd gezonden,
wiens naam was Yochanan [Johannes], deze kwam
als getuige om van het licht te getuigen, opdat allen door hem geloven zouden.
Hij was het licht niet, maar was om te getuigen van het licht. Het waarachtige
licht, dat ieder mens verlicht, was komende in de wereld. Hij was in de wereld,
en de wereld is door Hem geworden, en de wereld heeft Hem niet gekend".
(]nxvy Yochanan [Johannes] 1:4-10). Zelfs vlak voor Zijn verzoenend lijden en
sterven herinnerde Yeshua ons eraan, dat Hij dit waarachtige licht is: "Nog
een korte tijd is het licht onder u. Wandelt, terwijl gij het licht hebt, opdat
de duisternis u niet overvalle; en wie in de duisternis wandelt, weet niet,
waar hij heengaat. Gelooft in het licht zolang gij het licht hebt, opdat gij
kinderen des lichts moogt zijn" (]nxvy Yochanan
[Johannes] 12:35-36). Yeshua is het Licht der
wereld. Hij heeft Zijn taak echter vervuld en is terug gekeerd naar Zijn Vader,
die in de hemelen is. Maar Hij roept ons op, om het van Hem over te nemen: "Gij
zijt het licht der wereld. Een stad, die op een berg ligt, kan niet verborgen
blijven. Ook steekt men geen lamp aan en zet haar onder de korenmaat, maar op
de standaard, en zij schijnt voor allen, die in het huis zijn. Laat zo uw licht
schijnen voor de mensen, opdat zij uw goede werken zien en uw Vader, die in de
hemelen is, verheerlijken" (vhyttm Matityahu
[Matthéüs] 5:14-16).